Overheid test ook in de winter met elektrisch vrachtvervoer
De overstap naar elektrisch vrachtvervoer vraagt meer dan nieuwe voertuigen alleen. Ook de laadinfrastructuur moet betrouwbaar functioneren onder alle omstandigheden. Daarom voert Rijkswaterstaat deze week een praktijktest uit met zware elektrische vrachtwagens onder winterse omstandigheden.
Met deze testweek laat de overheid zien dat zij meebeweegt met de praktijk van ondernemers. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat niet alle vraagstukken rondom elektrisch laden al zijn uitgekristalliseerd.
Waarom testen bij kou nodig is
Lage temperaturen hebben invloed op accu’s en laadprocessen. Laadsnelheid kan afnemen, energieverbruik verandert en de belasting van het elektriciteitsnet kan anders uitpakken dan in warmere perioden. Rijkswaterstaat onderzoekt daarom hoe zware elektrische vrachtwagens laden wanneer er meer van het systeem wordt gevraagd, bijvoorbeeld bij een lage batterijvulling of bij meerdere laadsessies achter elkaar.
De testen maken deel uit van het kennisprogramma Living Lab Heavy Duty Laadpleinen. Binnen dit programma werkt Rijkswaterstaat samen met marktpartijen aan een laadinfrastructuur die functioneel, betaalbaar en schaalbaar moet zijn. Eerdere tests in de zomer leverden al inzichten op over laadsnelheid en gelijktijdig laden. De wintertest bouwt daarop voort en brengt seizoenseffecten beter in beeld.
Zes locaties, meerdere voertuigen
Vijf zware elektrische vrachtwagens van verschillende fabrikanten laden deze week op zes locaties verspreid over Nederland. Het gaat om zowel publieke als semipublieke laadpleinen en truckparkings. Door te testen op uiteenlopende plekken wordt zichtbaar hoe laadpleinen in de praktijk presteren en waar mogelijke knelpunten ontstaan.
Tijdens de test wordt regelmatig gestart met een vrijwel lege batterij. Zo wordt duidelijk hoe voertuigen en laadpalen reageren wanneer een hoog laadvermogen nodig is, een situatie die ook in de dagelijkse operatie kan voorkomen.
Wat wordt precies onderzocht
Rijkswaterstaat kijkt niet alleen naar laadsnelheid en energieverbruik, maar ook naar de interactie tussen voertuig en laadpaal. Er wordt getest bij nachtladen, bij het laden van meerdere voertuigen tegelijk en bij herhaald laden op hoog vermogen. Ook reserveringssystemen en betalen zonder abonnement worden meegenomen.
Deze brede aanpak laat zien dat betrouwbaar laden van zwaar vervoer nog steeds in ontwikkeling is. De testweek is daarmee geen eindpunt, maar een stap in het leerproces.
Wat ondernemers hieraan hebben
Voor ondernemers is dit vooral een signaal dat de overheid actief investeert in kennis en praktijkervaring. Tegelijkertijd bevestigt het dat elektrisch vrachtvervoer nog afhankelijk is van verdere doorontwikkeling van laadpleinen en netcapaciteit. Dat inzicht is relevant voor vervoerders, maar ook voor verladers en bedrijven die afhankelijk zijn van zwaar transport.
De testweek is een samenwerking tussen Rijkswaterstaat, TNO, ElaadNL, voertuigfabrikanten en exploitanten van laadpleinen. Door data uit voertuigen, laadpalen en het elektriciteitsnet te combineren ontstaat een realistischer beeld van hoe het systeem in de praktijk functioneert.
Met dit soort praktijkproeven werkt de overheid stap voor stap aan randvoorwaarden voor elektrisch vrachtvervoer. Niet alles werkt al probleemloos, maar juist dat maakt deze tests relevant voor ondernemers die vooruitkijken en hun keuzes willen baseren op realistische inzichten.
Bron: Nederlandelektrisch.nl



