“Elektrisch rijden voelt voor ons als het nieuwe normaal”, Junis Kinderopvang over de overstap naar elektrische bussen.
Bij Junis Kinderopvang in Alphen aan den Rijn rijdt inmiddels het grootste deel van het wagenpark elektrisch. Van de veertien voertuigen zijn er tien elektrisch, voornamelijk personenbussen die dagelijks worden ingezet voor het vervoer van kinderen. Volgens Jolijn Griffioen, Senior Adviseur Facilitaire Zaken bij Junis, is die overstap geen haastige reactie op beleid, maar het resultaat van een langer traject. “We willen in duurzaamheid niet vooroplopen, maar wel met de stroom mee. Zeker niet achterblijven.”
De personenbussen zijn daarbij geen standaardoplossing. Junis stimuleert in de eerste plaats fietsen, wandelen en het gebruik van de bso bus. Alleen wanneer dat niet haalbaar is, bijvoorbeeld door afstand of veiligheid, worden de bussen ingezet. “We willen kinderen zo veel mogelijk laten lopen en fietsen,” zegt Griffioen. “Het vervoer is een aanvulling, geen taxiservice.”
Van wens naar uitvoering
De wens om het wagenpark te verduurzamen bestond al jaren voordat de eerste elektrische bussen daadwerkelijk werden aangeschaft. “De bussen waren aan vervanging toe,” vertelt Griffioen. “Dan is het logisch om te kijken naar elektrisch. Het voelde als een natuurlijk vervangingsmoment.”
De eerste serie elektrische bussen werd in 2024 aangeschaft, gevolgd door een tweede fase in 2025. Inmiddels zijn negen personenbussen en één personenauto elektrisch. Alleen het wagenpark van het onderhoudsteam moet nog worden vervangen. De aankomende zero emissiezone in Alphen aan den Rijn speelde bij de eerste keuzes geen doorslaggevende rol. “Die kwam later pas in beeld. We waren toen al bezig.”
Soepel rijden, snel gewend
Voor de chauffeurs bleek de overstap relatief eenvoudig. De oude bussen waren diesel en handgeschakeld, de nieuwe elektrische bussen zijn automaat en rijden soepel. “Veel medewerkers waren al gewend om in een personenauto te rijden. Dan voelt zo’n elektrische bus eigenlijk vooral comfortabel. Je rijdt zonder geluid en zonder weerstand.”
Elektrisch rijden zelf bleek geen grote drempel. “Als je eenmaal gewend bent aan een automaat, merk je weinig verschil. Het nieuwe zit vooral in het laden en in het bewust omgaan met de accu.”
Training gericht op zekerheid en verantwoordelijkheid
Junis besloot alle chauffeurs een rijvaardigheidstraining te laten volgen, specifiek gericht op het rijden met grotere voertuigen en elektrisch rijden. Niet om te toetsen, maar om vertrouwen te geven met een nieuwe manier van rijden. “Je rijdt met kinderen van een ander. Dan wil je dat medewerkers zich zeker voelen en weten wat ze doen,” zegt Griffioen.
In de training was aandacht voor manoeuvreren met een bus, overzicht houden en het rijgedrag dat past bij elektrisch rijden, zoals anticiperen en regeneratief remmen. “Het ging er vooral om dat mensen konden oefenen in de praktijk. Zonder druk. Gewoon ervaren.”
Die aanpak werkte volgens Junis goed. Medewerkers voelen zich zekerder achter het stuur en bewuster van hun verantwoordelijkheid. “Het is geen examen. Het is ondersteuning.”
Laden vraagt aandacht, maar is goed te organiseren
Junis beschikt niet over eigen laadplekken bij alle locaties. De bussen staan verspreid door de stad en worden vooral opgeladen bij openbare laadpalen in woonwijken. Dat werkt, maar vraagt om duidelijke afspraken. “Je moet er samen scherp op zijn dat een bus niet leeg wordt achtergelaten voor de volgende collega.”
Een eigen laadvoorziening realiseren bleek in de praktijk ingewikkeld. Bij een locatie op sportvelden liep Junis vast op eigendomsverhoudingen, netaansluitingen en afstemming met verschillende partijen. Uiteindelijk werd gekozen voor het aanvragen van een openbaar laadpunt. “Dat proces is niet heel transparant. Je kiest een aanbieder zonder goed te weten wat de doorlooptijd is. Dat vraagt best wat geduld.”
Geen invloed op planning, wel op bewustzijn
De overstap naar elektrisch heeft de dagelijkse planning nauwelijks beïnvloed. De actieradius is ruim voldoende voor de ritten die Junis maakt. Laden gebeurt een paar keer per week, afhankelijk van het gebruik van de bus. “Range is voor ons eigenlijk geen issue.”
Wat wel veranderde, is het bewustzijn binnen de organisatie. Vaak is één medewerker per bus verantwoordelijk voor het laden. “Dat helpt. Dan voorkom je dat iemand de volgende dag met een halflege accu staat.”
Leveranciers worden bepalender
Voor het eigen vervoer verwacht Junis geen problemen met de zero emissiezone. Dat ligt anders bij leveranciers. “We zijn afhankelijk van aannemers, onderhoudspartijen en andere leveranciers. Als zij niet meer op locatie kunnen komen, wordt de keuze kleiner.”
Junis werkt zoveel mogelijk met lokale partijen, die vaak al bezig zijn met verduurzaming. Bij landelijke leveranciers is dat minder vanzelfsprekend. “Dat is wel iets waar we samen naar moeten kijken. Het raakt ons allemaal.”
Investeren zonder verdienmodel
Het vervoer van kinderen is geen verdienmodel, maar een bewuste keuze. “We doen dit omdat we bewegen belangrijk vinden en omdat het past bij wie we zijn als organisatie,” zegt Griffioen. Tegelijkertijd is die keuze niet los gezien van de kosten. Junis maakte een
uitgebreide vergelijking tussen de oude dieselbussen en de nieuwe elektrische varianten. De jaarlijkse kosten voor onderhoud, brandstof en belasting lagen bij diesel aanzienlijk hoger. Bij de elektrische bussen zijn sommige vaste lasten, zoals verzekering, juist iets toegenomen. Wanneer ook de aanschaf wordt meegerekend, verwacht Junis na ongeveer zeven jaar break even te draaien. Omdat de bussen naar verwachting langer meegaan, is dit voor Junis een logische en toekomstgerichte keuze.
Een nuchtere boodschap
Voor andere ondernemers die nog twijfelen, heeft Griffioen een realistische boodschap. “De stap naar elektrisch rijden is minder groot dan je denkt. Het went snel. Maar geef mensen de tijd om eraan te wennen. Laat ze ervaren hoe het rijdt en hoe laden werkt.”
Tegelijk benadrukt ze dat de situatie van Junis niet één op één vergelijkbaar is met die van bijvoorbeelde commerciële logistieke bedrijven. “Voor commerciële logistieke bedrijven liggen de afwegingen vaak anders. Investeringen moeten zich terugverdienen en het voertuig is onderdeel van het primaire bedrijfsproces.”
Voor Junis voelt elektrisch rijden inmiddels vanzelfsprekend. “Ons logo staat op die bussen. We willen laten zien dat we zorgen voor kinderen én voor de wereld waarin zij opgroeien. Dan past deze keuze gewoon bij ons.”



