Efficiënte stadslogistiek vraagt om beweging in alle rollen
Waarom minder ritten beginnen bij gezamenlijke keuzes.
Het is een herkenbaar beeld in veel binnensteden. Een bezorger rijdt
’s ochtends een winkelstraat in, levert bij een aantal zaken en vertrekt weer. Een paar uur later volgt dezelfde straat opnieuw, en aan het eind van de middag nog een keer. Niet omdat de bezorger dat wil, maar omdat de winkels op verschillende tijden open zijn en hun goederen op uiteenlopende momenten willen ontvangen.
Tijdens een recente presentatie schetste Renz Bassant, Duurzaamheidsmanager DHL eCommerce, precies dit spanningsveld. DHL wil efficiënt bezorgen, met zo min mogelijk kilometers, stops en voertuigen. Toch dwingt de dagelijkse praktijk hen regelmatig om meerdere keren door dezelfde straat te rijden. Dat is inefficiënt, kostbaar en staat haaks op de ambities rond schone en slimme stadslogistiek.
Dit voorbeeld laat zien dat stadslogistiek geen technisch vraagstuk alleen is. Het is een samenspel tussen bezorger, besteller en vormer. Pas als alle rollen bewegen, ontstaat echte winst.
De bezorger als efficiënte schakel binnen duidelijke grenzen
DHL heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in het optimaliseren van de last mile. Met een fijnmazig netwerk van cityhubs, korte routes en een snel elektrificerende vloot is de bezorgrol technisch ver doorontwikkeld. Door goederenstromen te bundelen en dichter bij de stad te brengen, kan DHL met kleinere voertuigen meer stops per uur maken en tegelijkertijd de uitstoot verminderen.
Deze optimalisatie kent echter een grens. Een bezorger kan routes slimmer plannen, voertuigen schoner maken en hubs strategisch plaatsen. Wat hij niet kan afdwingen, is wanneer een winkel open is of wanneer een levering welkom is. Efficiëntie aan de aanbodkant strandt zodra de vraagkant versnipperd blijft.
Dat maakt duidelijk dat de bezorger zijn rol grotendeels vervult, maar afhankelijk is van keuzes elders in het systeem.
De besteller als sleutel tot minder ritten
De rol van de besteller blijft in discussies over stadslogistiek vaak onderbelicht. Winkeliers, bedrijven en instellingen bestellen wanneer het hen uitkomt. Dat is begrijpelijk. Leveringen moeten passen binnen personeelsplanning, openingstijden en dagelijkse drukte.
Het probleem ontstaat wanneer elke besteller dit volledig individueel organiseert. Wat voor één winkel logisch is, leidt op straatniveau tot extra ritten, extra stops en extra voertuigen. Dezelfde straat wordt meerdere keren bediend, terwijl bundeling mogelijk zou zijn.
Hier ligt een belangrijk verbeterpunt. Niet omdat bestellers iets fout doen, maar omdat hun gezamenlijke impact groot is. Door leveringen beter af te stemmen, bijvoorbeeld via gezamenlijke tijdvakken of afspraken per gebied, kan het aantal ritten drastisch omlaag zonder dat ondernemers hun flexibiliteit volledig verliezen.
Zolang dit gesprek niet wordt gevoerd, blijft de druk bij de bezorger liggen en dat is structureel onhoudbaar.
De vormer bepaalt de ruimte voor samenwerking
De gemeente speelt in dit speelveld de rol van vormer. Vaak wordt die rol vertaald als faciliterend, ruimte geven en ondersteunen. Dat is belangrijk, maar niet voldoende. Want ruimte geven zonder richting leidt in de praktijk tot versnippering.
De praktijk uit de winkelstraat laat zien dat sommige vraagstukken alleen collectief opgelost kunnen worden. Dat vraagt van gemeenten dat zij keuzes durven te verkennen. Niet door alles dicht te regelen, maar door samenhang te organiseren. Denk aan het stimuleren van gebiedsafspraken, het ondersteunen van gezamenlijke logistieke concepten of het bewust faciliteren van hubs en bundeling.
Daarbij spelen ook tijdvensters een belangrijke rol. Tijdvensters worden vaak ingesteld vanuit begrijpelijke doelen, zoals leefbaarheid, veiligheid en rust in de straat. In de praktijk hebben zij echter ook directe invloed op de efficiëntie van routes. Wanneer leveringen alleen in vroege tijdvakken zijn toegestaan, maar niet alle winkels op dat moment geopend zijn, worden routes onbedoeld opgesplitst. Bezorgers moeten later op de dag terugkeren naar dezelfde straat, met extra kilometers, voertuigen en druk op de openbare ruimte als gevolg.
Dit onderstreept dat het vraagstuk niet zit in het bestaan van tijdvensters op zichzelf, maar in de afstemming ervan. Realistische tijdvensters die aansluiten op daadwerkelijke openingstijden en gezamenlijke afspraken per gebied maken het mogelijk om leveringen te bundelen zonder de leefbaarheid uit het oog te verliezen. Juist hier kan de vormer het verschil maken door partijen bij elkaar te brengen en het gesprek te organiseren over wat in de dagelijkse praktijk werkt.
Ook niets doen is een keuze. In dat geval blijven inefficiënte patronen bestaan, met meer verkeer, hogere kosten en een grotere druk op de openbare ruimte als gevolg.
Efficiëntie ontstaat tussen de rollen
Het voorbeeld van de winkelstraat maakt duidelijk dat stadslogistiek niet vastloopt op techniek of ambitie. Het loopt vast op afstemming. De bezorger kan niet efficiënter worden zonder beweging bij de besteller. De besteller kan niet afstemmen zonder een kader dat samenwerking mogelijk maakt. En de vormer kan geen samenhang creëren zonder inzicht in de dagelijkse praktijk.
Slimme en schone stadslogistiek vraagt daarom om meer dan elektrische voertuigen of zero emissiezones alleen. Het vraagt om het erkennen van elkaars rol en verantwoordelijkheid. Pas als die drie samenkomen, ontstaat een systeem dat echt werkt voor ondernemers, logistieke partijen en de stad zelf.



