Nieuwe rekentool maakt ruimte voor stadslogistiek inzichtelijk
Bij de inrichting van steden is veel aandacht voor groen, voetgangers, fietsers en autoluwe straten. Maar hoeveel ruimte is eigenlijk nodig voor bevoorrading, pakketbezorging, serviceverkeer en afvalinzameling? Een nieuwe rekentool moet gemeenten en gebiedsontwikkelaars helpen om die vraag al in een vroeg stadium te beantwoorden.
Stadslogistiek is onmisbaar voor een goed functionerende stad. Winkels moeten worden bevoorraad, monteurs moeten hun werk kunnen doen en pakketten en goederen moeten hun bestemming bereiken. Toch wordt de ruimte die daarvoor nodig is bij gebiedsontwikkeling vaak pas laat meegenomen. Volgens Bram Kin, Associate Lector Duurzame Stadslogistiek aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, ontbreken goede kengetallen voor het ruimtegebruik van logistiek. Dat is opvallend, zeker omdat het aantal logistieke voertuigkilometers in steden de komende jaren naar verwachting verder groeit.
Van stedelijke functies naar logistieke bewegingen
Om daar verandering in te brengen is de Rekentool Ruimte voor Stadslogistiek ontwikkeld. De tool is gemaakt door Rebel, PosadMaxwan, de HAN, Breda University of Applied Sciences en de gemeenten Amsterdam en Utrecht. Het model kijkt niet alleen naar verkeer, maar begint bij de functies in een gebied. Denk aan woningen, winkels, horeca, supermarkten en andere voorzieningen. Per functie wordt berekend hoeveel logistieke bewegingen en stops kunnen worden verwacht, welke voertuigen daarbij horen en op welke momenten van de dag deze plaatsvinden. Op basis daarvan ontstaat een inschatting van de benodigde ruimte voor laden en lossen. Dat kan bijvoorbeeld helpen bij de vraag hoeveel laad en losplekken nodig zijn in een nieuwe wijk of winkelstraat, waar deze het beste kunnen worden geplaatst en of verschillende gebruikers dezelfde ruimte op verschillende momenten kunnen gebruiken.
Praktijktest in Amsterdam
De rekentool is onder meer getest in de Gerard Doustraat in Amsterdam. In deze drukke straat met woningen, winkels en horeca berekende het model hoeveel ruimte nodig is voor verschillende vormen van stadslogistiek. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen kleinere logistieke voertuigen, bestelwagens en vrachtwagens en serviceverkeer. Vervolgens is gekeken hoe laad en losruimte kan worden verspreid of juist geclusterd.
De test laat vooral zien dat alleen een theoretische berekening niet voldoende is. Ook de inrichting van een straat speelt een rol. Bomen, terrassen, fietsparkeren, zichtlijnen en de ruimte die voertuigen nodig hebben om te manoeuvreren bepalen uiteindelijk hoeveel ruimte daadwerkelijk nodig is.
Logistiek eerder meenemen in plannen
De rekentool geeft daarom geen automatisch antwoord op de vraag hoe een straat of wijk moet worden ingericht. Wel biedt het gemeenten en ontwerpers een onderbouwd vertrekpunt. Dat is belangrijk omdat keuzes over de openbare ruimte steeds complexer worden. Meer groen, bredere trottoirs en minder ruimte voor auto's kunnen de leefbaarheid verbeteren, maar winkels, bedrijven en inwoners moeten tegelijkertijd bereikbaar blijven voor bevoorrading en dienstverlening. Ook ontwikkelingen zoals zero-emissiezones, logistieke hubs, tijdvensters en de inzet van kleinere voertuigen kunnen invloed hebben op de benodigde ruimte. Door stadslogistiek eerder mee te nemen in ruimtelijke plannen kunnen knelpunten achteraf worden voorkomen.
Rekentool wordt verder ontwikkeld
De huidige versie van de rekentool is een prototype in Excel en is openbaar beschikbaar. De ontwikkelaars willen het model verder uitbreiden met nieuwe praktijkgegevens en aanvullende logistieke stromen. Op termijn moet er ook een online versie komen waarmee verschillende toekomstscenario's kunnen worden doorgerekend. Daarmee kan de tool bijvoorbeeld inzicht geven in wat er gebeurt wanneer een gebied autoluwer wordt, nieuwe horeca of winkels worden toegevoegd of andere eisen aan logistiek verkeer worden gesteld.
Voor gemeenten betekent dit dat stadslogistiek steeds beter vooraf kan worden meegenomen in de inrichting van de stad. Niet als probleem dat achteraf moet worden opgelost, maar als vast onderdeel van een goed functionerende openbare ruimte.
Bron: Stadszaken



